
De Reggestadrit begon zoals het hoort: bij het clubgebouw in Rijssen, waar de motoren al vroeg stonden te dampen, 24 motorrijders hebben zich ingeschreven. Tegen negen uur rolden we weg, de mist in. Het zicht was even beperkt, maar dat hield niemand tegen — dit is MTC ’n Tuf. En zoals verwacht trok de mist snel op en kregen we perfect rijweer: helder, fris en precies warm genoeg om de dag door te knallen.
We pakten de mooiste binnendoorwegen die Twente en Salland te bieden hebben. Boerenweggetjes, slingerstroken, stukken bos, open land… het soort route waar je motor vanzelf wat rechter gaat staan en je gas hand net iets enthousiaster wordt. Via Holten en een stuk Holterberg rolden we verder richting de kleinere dorpen, waar de rust en ruimte je bijna uitnodigen om nóg een tandje vloeiender te rijden.
De rit bleef afwisselend: dijkjes, boslanen, lange stukken door het buitengebied en hier en daar een dorp waar je even terugschakelt, om daarna weer lekker door te trekken. Richting Veluwe werd het landschap breder en stoerder — dennenlucht, lange rechte stukken, en dat typische gevoel dat je nog uren door kunt.
Na Loenen, Brummen en Zutphen draaiden we langzaam terug richting Rijssen. De motoren hadden hun kilometers wel gehad, maar niemand leek er genoeg van te krijgen.
Terug bij het clubgebouw was het tijd voor het bekende nagenieten. Alleen dit keer geen discussie over bochten of navigatie… maar over waar in vredesnaam de handleiding van de Honda NT1100 ligt. En alsof dat nog niet genoeg was, bleek jij ook nog bezoek te hebben gehad van een muis onder je zadel. Niet bepaald de soort passagier waar je om vraagt.
Thuis dus maar even muizenvallen gezet — want een motorclub is prima, maar een muizenclub begint ergens anders.
De Reggestadrit was precies zoals we hem willen: strak, mooi, stoer, en met genoeg verhalen om nog even op te teren.
