
Met veertig motorrijders aan de start bij ’n Tuf in Rijssen begon de voorjaarsrit dit jaar precies zoals je hoopt:
een fijne temperatuur en dat typische voorjaarsgevoel dat je motor bijna vanzelf de weg op trekt.
Vanaf Rijssen doken we via de Borkeld de eerste bochten in.
De route slingerde over rustige binnenwegen richting Gelselaar, waar het landschap zich opende in brede velden en kleine buurtschappen.
Het was zo’n dag waarop elke bocht soepel liep en de groep mooi compact bleef.
Daarna volgde een prachtige lus langs plekken als Zwiep, Barchem en het landgoedgebied rond Medler.
De Achterhoek liet zich van zijn beste kant zien: houtwallen, slingerwegen en die karakteristieke rust die je alleen in dit deel van het land vindt.
Via Hengelo (Gld) en de dorpen Achter-Drempt, Hoog-Keppel en Laag-Keppel reden we door een gebied waar de tijd soms lijkt stil te staan.
Kleine kernen zoals Kilder, Loerbeek en Holthuizen gaven de rit dat authentieke dorpsgevoel — precies de charme die een voorjaarsrit compleet maakt.
Verderop kwamen we langs Didam, Zweekhorst, Eldrik en opnieuw Drempt, waarna we via het schilderachtige Bronkhorst en de omgeving van Baak en Wichmond weer noordelijk trokken.
Het weer bleef de hele dag meewerken, waardoor de kilometers bijna vanzelf onder de wielen verdwenen.
De laatste stukken via Laren, De Schoolt, Wippert, Beuseberg en Look brachten ons terug richting Rijssen.
De motoren tikten nog na toen iedereen afstapte, precies het geluid van een geslaagde rit.
Het was een mooie, ontspannen en zonnige ronde door de Achterhoek, met goed gezelschap, fijne wegen en genoeg kleine dorpjes om het echte voorjaarsgevoel compleet te maken.
